Waterpolo is een atractieve sport, waarbij heel veel gebeurt in het water.
Onderstaande de basis regels.
Belangrijke spelregels waterpolo
Teams & spelers
• Een team speelt met 7 spelers in het water: 6 veldspelers en 1 keeper.
• Er mogen maximaal 14 spelers op de lijst staan.
• Wisselen kan op elk moment via het speciale wisselvak naast de bank.
Dit heet een vliegende wissel.
Het spel
• De wedstrijd bestaat uit 4 periodes van 5 minuten speeltijd (6 minuten heten 1).
• Tussen periodes is er korte pauze, na de 2e periode een wat langere pauze.

Elke aanval mag maximaal 28 seconden duren. Bij een uitsluiting of corner is dat 18 seconden. De systemen zijn hier op aangepast
Scoren
• Een doelpunt telt alleen als de bal helemaal over de doellijn gaat, tussen de palen en onder de lat.
• Je mag niet scoren met je vuist.
• Je mag direct schieten vanuit:
– een vrije worp buiten de 6 meter
– een hoekworp
– een doelworp
– of als je eerst duidelijk buiten de 6 meter zwemt.
Gewone fouten (vrije worp tegen)
• Bal onder water duwen of verstoppen.
• Bal met twee handen vastpakken (behalve keeper).
• Tegenstander duwen of vasthouden zonder bal.
• In het 2-metergebied voor het doel liggen zonder bal.
• Te lang vasthouden zonder poging tot aanval (28 sec).
Ernstigere fouten (uitsluiting = 20 sec uit spel)
• Tegenstander vasthouden, onderduwen of blokkeren.
• Met twee handen een schot blokkeren buiten 6 meter.
• Water in iemands gezicht slaan.
• Onsportief gedrag of praten tegen de scheidsrechter.
• Na 3 persoonlijke fouten lig je er de rest van de wedstrijd uit.
Strafworp (penalty)
• Strafworp vanaf 5 meter als een duidelijke scoringskans in de 6 meter wordt tegengehouden.
• Keeper moet op de lijn blijven tot de bal gegooid is.
• Iedereen behalve schutter en keeper moet buiten de 6 meter liggen.
Time-outs (alleen heren 1)
• Elk team heeft 2 time-outs per wedstrijd.
• Alleen aan te vragen door de coach en alleen als je team balbezit heeft.
• Onterecht een time-out vragen = strafworp tegen.
Geel & rood
• Gele kaart = waarschuwing aan coach/spelersbank.
• Rode kaart = uit het bad voor de rest van de wedstrijd (speler of coach).